“Wij debatteren erover.” “Laten we een debat organiseren, dat is lekker interactief en spetterend.” Er is Debat op 2. Met enig gezap is er ook debat op 3. Op 5. Op 9. Eigenlijk overal.
Tijdens een reflectief momentje vanochtend in de 2cv bedacht ik mij dat Een Debat vermoedelijk zo populair is omdat het een vaste, omschrijfbare vorm heeft. Het is Concreet en Regisseerbaar. En dat is een groot goed klaarblijkelijk. Voor een debat formuleer je stellingen. Je zet voor- en tegenstanders neer. Argumenten worden ondersteund met casuïstiek. Het eigenlijke doel van een debatvorm is om door argumenten te overtuigen. To sway the position, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen. Begrijp met niet verkeerd: een debat is ook leuk. Leuk om te organiseren. Echt goede stellingen bedenken, is zeker een prachtige uitdaging. Intellectueel enig. Bovendien: zeker op een conferentie kan een Oxford uni style debat voor goede interactie met het publiek en belichting van anders-dan-andere aspecten.
Een Dialoog is veel ongrijpbaarder. Wat is nou Een Goed Gesprek? Hoe geef je dat vorm? Kun je sturen dat het ontstaat? Is de kwaliteit van een dialoog meetbaar? Hoe voorkomen we oeverloos gepraat? En hebben we echt een dialoog? Blijft het interessant voor het publiek? Enzovoorts. Er zijn zeker pijlers en ingrediënten voor Een Goed Gesprek te definiëren. Een prachtige praktische samenvatting daarvan vind ik altijd:
OMA thuislaten (Oordelen, Meningen, Adviezen)
LSD gebruiken (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen)
ANNA meenemen: Altijd Navragen, Nooit Aannemen
NIVEA erop! (Niet Invullen Voor Een Ander)
OENig zijn (Open, Eerlijk en Nieuwsgierig)
DIK doen: Denken In Kwaliteiten
Ik kan er een hele filosofische onderbouwing over geven en ik zal daar ook zeker een long read over schrijven met wat concrete handvatten voor de organisatie van een dialoog, maar voor dit moment en dit blog sluit ik mij graag aan bij deze geweldige ezelsbrug uit de opleidingspraktijk. Voor wie wat langer de tijd heeft: leze deze PDF van William Isaacs. De toepassing ervan, consequent en radicaal ervaar ik zelf regelmatig lastig, maar goed: al doende leren, vallen en zekers weer opstaan. Hoe je het ook wendt of keert, een Goede Dialoog vergt tijd. Stiltes. Overpeinzingen. Terugkomen op. Enzovoorts.
Maar een dialoog kan ook ontzettend spannend en waardevol zijn. Voor het Legermuseum organiseerde ik vorig jaar in het kader van de tentoonstelling Fremden im Vizier een dialoog tussen Duitse en Nederlandse jongeren. Inderdaad, voor de organisatie (ook deze organisatie die MK5060 heet!) is het best lastig dat je niet alles kunt organiseren, niet alles kunt voorzien. Gevoelsmatig in ieder geval minder handvatten hebt dan met een debat. Het is organisatorisch en programmatisch een leap of faith. Wat betaalde die leap of faith zich terug! Een waanzinnig indrukwekkend gesprek tussen jongeren uit twee culturen. Waarin posities werden ingenomen en verlaten. Iedereen aan het woord kwam. Werd geluisterd, doorgevraagd, waarin de jongeren elkaar en elkaars positie en ervaringen echt leerden kennen. Precies wat we hadden beoogd. En de dialoog was werkelijk spannend. In een gemiddeld debat passeert minder dan wat er in dit uur van de dialoog onder leiding van Thierry Baudet aan bod kwam.
Kijk zo ga je van een 2cv overpeizingsmomentje naar een heus blog naar nou ja, misschien wel Dialoog op 2 en Debat op 5? In plaats van Debat op Alles?
